Sranan Tongo leren

Handige woorden en zinnen voor jouw tijd in Suriname

Van begroeten tot boodschappen doen. Ontdek woorden en zinnen die je tijdens jouw verblijf in Suriname kunt gebruiken.

Populair:

SRANAN TONGO LEREN

Zoek een Sranan Tongo woord

Ga je met Suri Impact naar Suriname? Leer alvast een paar woorden en zinnen die je tijdens je verblijf echt kunt gebruiken. Zoek een woord op, ontdek handige uitdrukkingen en oefen alvast voor het dagelijks leven in Suriname.

A

aap

zelfstandig naamwoord

yapyapi

Ook: monki

acht

telwoord

aiti

afspreken

werkwoord

meki mofo

alsjeblieft (bij een dringend verzoek)

bijwoord

tangitangi

Bij een dringend verzoek.

anaconda

zelfstandig naamwoord

aboma

ananas

zelfstandig naamwoord

nanasi

apotheek

zelfstandig naamwoord

apteiki

appel

zelfstandig naamwoord

apra

auto

zelfstandig naamwoord

oto

Ook: wagi

avocado

zelfstandig naamwoord

afkati

avond, nacht

zelfstandig naamwoord

neti

B

badkamer

zelfstandig naamwoord

was'oso

bakbanaan, kookbanaan

zelfstandig naamwoord

bana

Minder zoet dan bakba. Wordt gekookt, gebakken of geroosterd.

banaan

zelfstandig naamwoord

bakba

In Suriname ook bacove genoemd.

bang zijn

werkwoord

frede

bank (voor geld)

zelfstandig naamwoord

bangi

Ook: zitbank.

bed

zelfstandig naamwoord

bedi

begrijpen

werkwoord

ferstan

Ook: grabu

betalen

werkwoord

pai

bier

zelfstandig naamwoord

biri

bij

zelfstandig naamwoord

onifrei

bioscoop, film

zelfstandig naamwoord

kino

blauw

bijvoeglijk naamwoord

blaw

blij

bijvoeglijk naamwoord

breiti

blij maken, plezier geven

werkwoord

gi prisiri

boos zijn

werkwoord

mandi

Minder sterk dan 'ati bron'.

boot

zelfstandig naamwoord

boto

broer

zelfstandig naamwoord

brada

brommer

zelfstandig naamwoord

brom

brood

zelfstandig naamwoord

brede

bruin

bijvoeglijk naamwoord

broin

buitenlander

zelfstandig naamwoord

dorosei sma

bus

zelfstandig naamwoord

bus

buurman

zelfstandig naamwoord

birman

buurvrouw

zelfstandig naamwoord

birfrow

C

capibara

zelfstandig naamwoord

kapuwa

citroen

zelfstandig naamwoord

strun

condoom

zelfstandig naamwoord

kowsu

Ook: pipikowsu

Men zegt meestal gewoon kowsu. Betekent ook: sok.

D

daar

bijwoord

drape

Ook: dape

dag

zelfstandig naamwoord

dei

dag (groet)

tussenwerpsel

odi

Tegenwoordig zegt men vaak gewoon 'dag'.

dank je wel

zelfstandig naamwoord / uitroep

grantangi

Ook: tangi (dank)

Ook: wel bedankt.

dansen

werkwoord

dansi

de mensen

zelfstandig naamwoord (meervoud)

den sma

Met den maak je het meervoud.

de stad (centrum Paramaribo)

zelfstandig naamwoord

foto

Paramaribo, de binnenstad.

dertien

telwoord

tin-na-dri

Zo tel je verder tot negentien: tin-na-fo, tin-na-feifi…

dertig

telwoord

dritenti

deur

zelfstandig naamwoord

doro

dichtbij

bijwoord

krosbei

dief

zelfstandig naamwoord

fufuruman

dochter

zelfstandig naamwoord

umapikin

Ook: meisje.

dokter, arts

zelfstandig naamwoord

datra

dorst

zelfstandig naamwoord

dreiwatra

drie

telwoord

dri

drinken

werkwoord

dringi

Ook: drank.

druif

zelfstandig naamwoord

droifi

duif

zelfstandig naamwoord

doifi

duizend

telwoord

dusun

duur

bijvoeglijk naamwoord

diri

dwaas, gek, onverstandig

bijvoeglijk naamwoord

lawlaw

Ook: onbenullig.

E

een

telwoord

wan

een beetje, even

bijwoord

pikinso

eend

zelfstandig naamwoord

doksi

elf

telwoord

erfu

ernstig, serieus

bijvoeglijk naamwoord

seryusu

eten (het eten)

zelfstandig naamwoord

nyanyan

eten (werkwoord)

werkwoord

nyan

ezel

zelfstandig naamwoord

buriki

F

familie

zelfstandig naamwoord

famiri

feest

zelfstandig naamwoord

fesa

feest vieren, pret maken

werkwoord

meki prisiri

Ook: yowla

fiets

zelfstandig naamwoord

baisigri

fruit, vrucht

zelfstandig naamwoord

froktu

G

gaan

werkwoord

go

garnaal

zelfstandig naamwoord

sarasara

geel

bijvoeglijk naamwoord

geri

geil, wellustig

bijvoeglijk naamwoord

krasi

Ook: agressief, wild; fel (van de zon).

geit

zelfstandig naamwoord

krabita

gek

bijvoeglijk naamwoord

law

gek persoon, gekke man

zelfstandig naamwoord

lawman

Ook: krankzinnige.

gekibbel, gescheld

zelfstandig naamwoord

kos'kosi

gekreun

zelfstandig naamwoord

dyeme

Ook (werkwoord): kermen.

geld

zelfstandig naamwoord

moni

Ook: sensi

geliefde, schatje

zelfstandig naamwoord

lobiwan

Vaak gebruikt als aanspreekvorm.

geluk

zelfstandig naamwoord

koloku

Ook: gelukkig.

gember

zelfstandig naamwoord

dyindya

gemberbier

zelfstandig naamwoord

dyindyabiri

gemeen, slecht

bijvoeglijk naamwoord

ogri

Ook: dyote

Ook: ondeugend, gevaarlijk.

genoeg

telwoord

nofo

gevangenis

zelfstandig naamwoord

straf'oso

geven

werkwoord

gi

gisteren

bijwoord

esde

goed

bijvoeglijk naamwoord

bun

goedemorgen

tussenwerpsel

morgu

Groet in de ochtend, bij komen en gaan. In Paramaribo zegt men liever 'goedemorgen'.

goedenavond, goedenacht

tussenwerpsel

kuneti

Ook: nafun (alleen bij binnenkomst)

Groet in de avond, bij komen en gaan. In Paramaribo zegt men liever 'goedenavond'.

goedkoop

bijvoeglijk naamwoord

bunkopu

gordeldier

zelfstandig naamwoord

kapasi

grap

zelfstandig naamwoord

fatu

groen

bijvoeglijk naamwoord

grun

groente

zelfstandig naamwoord

gruntu

groot

bijvoeglijk naamwoord

bigi

guave

zelfstandig naamwoord

guyaba

Guyanadolfijn

zelfstandig naamwoord

profosu

H

haai

zelfstandig naamwoord

sarki

haan

zelfstandig naamwoord

kakafowru

hagedis

zelfstandig naamwoord

lagadisa

helpen, hulp

werkwoord / zelfstandig naamwoord

yepi

hier

bijwoord

dya

Ook: dyaso

hoe

vragend voornaamwoord

fa

hoe gaat het?

groet / vraag

fa waka

Ook: Fa yu e tan?

hoeveel

telwoord

omeni

hond

zelfstandig naamwoord

dagu

Wordt ook als scheldwoord gebruikt.

honderd

telwoord

hondro

Ook: hondru

honger

zelfstandig naamwoord

angri

hoor! (aan het eind van een zin)

tussenwerpsel

yèrè

huis

zelfstandig naamwoord

oso

I

iedereen

onbepaald voornaamwoord

ala sma

Ook: ibri sma

ibri sma legt meer nadruk op ieder persoon apart.

J

ja

tussenwerpsel

iya

Ook: ai

jaguar

zelfstandig naamwoord

tigri

Ook: penitigri

jeuk

zelfstandig naamwoord

kraskrasi

Ook: uitslag.

jeuken

werkwoord

krasi

Ook: krabben.

jongen

zelfstandig naamwoord

boi

juf

zelfstandig naamwoord

ifrow

Aanspreekvorm.

K

kaaiman

zelfstandig naamwoord

kaiman

kakkerlak

zelfstandig naamwoord

kakalaka

kamer

zelfstandig naamwoord

kamra

kat, poes

zelfstandig naamwoord

puspusi

keuken

zelfstandig naamwoord

kukru

Ook: botri

kibbelen, klagen

werkwoord

krut'krutu

Niet zo sterk als krutu of kosi.

kijken

werkwoord

luku

Ook: op bezoek gaan.

kikker, pad

zelfstandig naamwoord

todo

kind

zelfstandig naamwoord

pikin

kip

zelfstandig naamwoord

fowru

Ook: vogel.

klein

bijvoeglijk naamwoord

pikin

kleingeld

zelfstandig naamwoord

pikinmoni

kleinkind

zelfstandig naamwoord

granpikin

kleur

zelfstandig naamwoord

kloru

koe

zelfstandig naamwoord

kaw

koffie

zelfstandig naamwoord

kofi

kokosnoot

zelfstandig naamwoord

kronto

Ook: kokronto

kolibrie

zelfstandig naamwoord

korke

komen

werkwoord

kon

Betekent ook: worden.

kopen

werkwoord

bai

koud

bijvoeglijk naamwoord

kowru

krab

zelfstandig naamwoord

krabu

kussen, zoenen

werkwoord

bosi

Ook: een kus, een zoen.

L

laat

bijwoord

lati

lachen, gelach

werkwoord

lafu

Ook: uitlachen.

langzaam, zachtjes

bijwoord

safri

Ook: safrisafri (heel langzaam)

leguaan

zelfstandig naamwoord

legwana

lekker

bijvoeglijk naamwoord

switi

Ook: aangenaam, gezellig.

leren

werkwoord

leri

Ook: lesgeven.

liefde

zelfstandig naamwoord

lobi

Als werkwoord: houden van.

limoen

zelfstandig naamwoord

lemki

links

zelfstandig naamwoord

krukt'anu sei

lopen

werkwoord

waka

Ook: wandelen, reizen.

luiaard

zelfstandig naamwoord

loiri

luisteren

werkwoord

arki

M

man

zelfstandig naamwoord

man

mango

zelfstandig naamwoord

manya

markt

zelfstandig naamwoord

wowoyo

medicijn, geneesmiddel

zelfstandig naamwoord

dresi

mier

zelfstandig naamwoord

mira

mijn schat

uitdrukking

mi gudu

moe

bijvoeglijk naamwoord

weri

moeder

zelfstandig naamwoord

mama

Ook: m'ma

De eerste klinker wordt meestal niet uitgesproken.

mooi

bijvoeglijk naamwoord

moi

morgen

bijwoord

tamara

muis

zelfstandig naamwoord

moismoisi

muskiet

zelfstandig naamwoord

maskita

muziek

zelfstandig naamwoord

poku

N

naam

zelfstandig naamwoord

nen

Ook: heten.

nee

tussenwerpsel

no

Ook: nono (nee, helemaal niet)

neef

zelfstandig naamwoord

nefo

Jongens zeggen ook soms ne.

negen

telwoord

neigi

nemen

werkwoord

teki

niets

onbepaald voornaamwoord

noti

nooit

bijwoord

noiti

nu

bijwoord

now

O

's ochtends

zelfstandig naamwoord

mamanten

oké

tussenwerpsel

afen

oma, grootmoeder

zelfstandig naamwoord

granmama

Ook: oma

Als aanspreekvorm zegt men ook oma.

oom

zelfstandig naamwoord

omu

Ook de aanspreekvorm voor een Chinese winkelier.

opa, grootvader

zelfstandig naamwoord

granpapa

Ook: opa

Als aanspreekvorm zegt men ook opa.

otter

zelfstandig naamwoord

watradagu

P

paard

zelfstandig naamwoord

asi

paars

bijvoeglijk naamwoord

lila

papaja

zelfstandig naamwoord

papaya

papegaai

zelfstandig naamwoord

popokai

pardon

tussenwerpsel

pardon

pasgeboren baby

zelfstandig naamwoord

watrapikin

Ook: nyunyun pikin

passievrucht, markoesa

zelfstandig naamwoord

markusa

peper

zelfstandig naamwoord

pepre

Ook: gepeperd.

persoon, mens

zelfstandig naamwoord

sma

pijn

zelfstandig naamwoord

pen

plezier hebben, zich vermaken

werkwoord

abi prisiri

plezier, pret

zelfstandig naamwoord

prisiri

politie

zelfstandig naamwoord

skowtu

Ook: politieagent.

pompelmoes

zelfstandig naamwoord

ponpon

praten, zeggen

werkwoord

taki

R

raam

zelfstandig naamwoord

fensre

rat

zelfstandig naamwoord

alata

rechts

zelfstandig naamwoord

let'anu sei

rijst

zelfstandig naamwoord

aleisi

rivier

zelfstandig naamwoord

liba

rood

bijvoeglijk naamwoord

redi

rustig, stil

bijwoord / bijvoeglijk naamwoord

tiri

S

samen

bijwoord

makandra

schaap

zelfstandig naamwoord

skapu

schildpad

zelfstandig naamwoord

sekrepatu

school

zelfstandig naamwoord

skoro

sinaasappel

zelfstandig naamwoord

apresina

slak

zelfstandig naamwoord

pakro

slang

zelfstandig naamwoord

sneki

slapen

werkwoord

sribi

sleutel, slot

zelfstandig naamwoord

sroto

Er is één woord voor slot en sleutel.

snel

bijwoord

esi

Ook: gaw

spelen

werkwoord

prei

spijt hebben, verdrietig zijn

werkwoord

sari

spin

zelfstandig naamwoord

anansi

straat

zelfstandig naamwoord

strati

Ook: pasi

straks

bijwoord

dyonsro

Ook: dalèk

suiker

zelfstandig naamwoord

sukru

suikerriet

zelfstandig naamwoord

tyen

Surinaamse kers

zelfstandig naamwoord

kersi

T

tamarinde

zelfstandig naamwoord

tamalen

tante

zelfstandig naamwoord

tanta

te veel

bijwoord

tumsi

thee

zelfstandig naamwoord

te

tien

telwoord

tin

tijd

zelfstandig naamwoord

ten

toekan

zelfstandig naamwoord

kuyake

twaalf

telwoord

twarfu

twee

telwoord

tu

twintig

telwoord

tutenti

Ook: twenti

U

uitstappen

werkwoord

saka

uur, tijd van de klok

zelfstandig naamwoord

yuru

V

vaarwel

zelfstandig naamwoord

adyosi

vader

zelfstandig naamwoord

papa

Ook: p'pa

De eerste klinker wordt meestal niet uitgesproken.

vandaag

bijwoord

tide

varken

zelfstandig naamwoord

agu

veel

telwoord

furu

ver

bijvoeglijk naamwoord

fara

verkopen

werkwoord

seri

vertellen, zeggen tegen

werkwoord

taigi

vier

telwoord

fo

vijf

telwoord

feifi

vijftig

telwoord

feifitenti

vis

zelfstandig naamwoord

fisi

vleermuis

zelfstandig naamwoord

fremusu

vlees

zelfstandig naamwoord

meti

vlieg

zelfstandig naamwoord

freifrei

vliegtuig

zelfstandig naamwoord

opolangi

Ook: kisi

vlinder

zelfstandig naamwoord

kapelka

vogel

zelfstandig naamwoord

fowru

Betekent ook: kip.

voor de gek houden

werkwoord

kori

Ook: ori na spotu

Ook: foppen.

vragen

werkwoord

aksi

vrijen, flirten

werkwoord

freiri

Ook: seksuele omgang hebben.

vroeg

bijwoord

fruku

vrouw

zelfstandig naamwoord

frow

Ook: uma

W

waar

bijwoord

pe

waarom

bijwoord

sanede

Ook: fu sanede

wachten

werkwoord

wakti

wanneer

bijwoord

oten

warm, heet

bijvoeglijk naamwoord

faya

Ook: waran

Ook: vuur.

wassen

werkwoord

wasi

Ook: baden.

wat

vragend voornaamwoord

san

water

zelfstandig naamwoord

watra

watermeloen

zelfstandig naamwoord

watramun

wc

zelfstandig naamwoord

plei

week

zelfstandig naamwoord

wiki

weg, pad

zelfstandig naamwoord

pasi

werk, werken

zelfstandig naamwoord / werkwoord

wroko

wesp

zelfstandig naamwoord

waswasi

weten, kennen

werkwoord

sabi

wie

vragend voornaamwoord

suma

winkel

zelfstandig naamwoord

wenkri

wit

bijvoeglijk naamwoord

weti

worm

zelfstandig naamwoord

woron

Ook: rups.

Z

zeekoe

zelfstandig naamwoord

seku

zes

telwoord

siksi

zeven

telwoord

seibi

ziek

bijvoeglijk naamwoord

siki

ziekenhuis

zelfstandig naamwoord

at'oso

zien

werkwoord

si

zitten

werkwoord

sidon

zoon

zelfstandig naamwoord

manpikin

Ook: boi

zout

zelfstandig naamwoord

sowtu

zus

zelfstandig naamwoord

sisa

zuuroranje

zelfstandig naamwoord

alanya

zuurzak

zelfstandig naamwoord

sunsaka

zwart

bijvoeglijk naamwoord

blaka

zwemmen

werkwoord

swen

POPULAIRE SRANAN TONGO WOORDEN

Begin met deze woorden

Sranan Tongo

morgu

Nederlands

goedemorgen

Sranan Tongo

grantangi

Nederlands

dank je wel

Sranan Tongo

iya

Nederlands

ja

Sranan Tongo

no

Nederlands

nee

Sranan Tongo

afen

Nederlands

oké

Sranan Tongo

bun

Nederlands

goed

Sranan Tongo

switi

Nederlands

lekker

Sranan Tongo

nyan

Nederlands

eten (werkwoord)

Sranan Tongo

watra

Nederlands

water

Sranan Tongo

omeni

Nederlands

hoeveel

Sranan Tongo

wowoyo

Nederlands

markt

Sranan Tongo

yepi

Nederlands

helpen, hulp

HANDIGE SRANAN TONGO ZINNEN

Zinnen die je echt kunt gebruiken

Kies een situatie. Zo heb je een passende zin klaar in de winkel, onderweg of bij je vrijwilligerswerk.

Kennismaken

Fa yu e tan?

Hoe gaat het?

Mi de so af'afu.

Het gaat zo-zo.

Pe yu e tan?

Waar woon je?

Sortu wroko yu e du?

Wat voor werk doe je?

Oten yu o friyari?

Wanneer ben je jarig?

Mi de dya nanga fakansi.

Ik ben hier op vakantie.

Baya, yu kon diri! Omeni langa mi no si yu?

Ik heb je lang niet gezien!

Letterlijk: 'Je bent duur geworden!'

Tamara mi o kon luku yu.

Morgen kom ik je opzoeken.

Mi e gwe. Un tan bun, yèrè!

Ik ga. Het beste, hoor!

Letterlijk: 'Blijven jullie goed, hoor!'

Waka bun!

Vaarwel!

Hoort bij: Tan bun!

In een winkel

Mi e go na wowoyo. Yu e kon go?

Ik ga naar de markt. Kom je mee?

Fa yu e seri watramun?

Wat kosten je meloenen?

Letterlijk: 'Hoe verkoop je je meloenen?'

Gi mi tu ipi tomati.

Geef me twee hoopjes tomaten.

Gi mi tin brede, ma no gi mi den bron wan, yèrè!

Mag ik tien broodjes? Maar niet de verbrande, hoor!

Gruntu diri, baya!

De groenten zijn duur, hoor!

Disi tumsi, baya.

Dit is te veel.

Mi no abi pikinmoni na mi.

Ik heb geen kleingeld bij me.

Mi no abi sensi.

Ik heb geen geld.

Onderweg

Pe yu e go?

Waar ga je naartoe?

Mi e go na foto.

Ik ga naar de stad.

Met foto wordt Paramaribo bedoeld.

Pardon, meneer. Yu kan dribi pikinso?

Pardon, meneer. Kunt u een stukje opschuiven?

Presi de ete.

Er is nog plaats.

Mi no o rei so fara, ma mi kan poti yu af'pasi.

Ik ga niet zo ver, maar ik kan je halverwege afzetten.

Mi no denki tak' un teki a leti pasi.

Ik denk niet dat we de goede weg hebben genomen.

Efu un waka so wi o doro lati. Kon un syatu pasi.

Als we zo lopen, komen we te laat. Laten we een kortere weg nemen.

Mi kon nanga futu.

Ik ben lopend gekomen.

O lati mi mu kmopo fu oso?

Hoe laat moet ik van huis vertrekken?

In een restaurant

Angri e kiri mi.

Ik heb honger.

Watra e kiri mi.

Ik heb dorst.

Letterlijk: 'Water doodt me.' Bij erge dorst: Dreiwatra e kiri mi.

A nyanyan fu yu e smeri switi.

Je eten ruikt lekker.

A nyanyan disi pepre tumsi gi mi.

Dit eten is te gepeperd voor mij.

A switi no todo.

Het is heerlijk!

Gezegde.

Mi bere span.

Ik zit vol.

Letterlijk: 'Mijn buik is vol.'

Gi mi wan pisi kuku.

Mag ik een stuk koek?

Met kuku wordt gebak, koek of taart bedoeld.

Bij vrijwilligerswerk

A tafra disi hebi. Yu kan yepi mi wan anu?

Deze tafel is zwaar. Kun je me even helpen?

Fa wi e go du now?

Wat gaan we nu doen?

Na so yu mus du a sani.

Zo moet je het doen.

Arki bun!

Luister goed!

Mi no ferstan en.

Ik begrijp het niet.

Mi no ferstan a boskopu. Brokobroko en pikinso gi mi.

Ik begrijp het niet. Kun je het voor me uitleggen?

Den pikin e go na skoro.

De kinderen gaan naar school.

Kon dya!

Kom hier!

Met vrienden

No span!

Maak je niet druk!

Libi en, no bada.

Laat maar. Maak je niet druk.

Yu abi leti.

Je hebt gelijk.

Fa yu denki?

Wat denk jij?

Man, yu e koti tide!

Wat zie je er goed uit vandaag!

No teki den problema weri na yu ede. Kon un go meki prisiri.

Maak je niet druk om de problemen. Kom, we gaan plezier maken.

O lati yu e kon?

Hoe laat kom je?

Wi e kon dalèk.

We komen straks.

Wakti sranga. Mi e kon.

Wacht even. Ik kom eraan.

Tide mi no abi ten fu kon na yu.

Vandaag heb ik geen tijd om bij je langs te komen.

In het appartement

Tapu a doro.

Doe de deur dicht.

Opo a doro gi mi.

Doe de deur even open.

A waran! Opo a oso.

Het is warm! Zet de deuren en ramen open.

Te yu e gwe yu mu kiri a faya, yèrè.

Als je weggaat, moet je het licht uitdoen, hoor.

Mi lasi a sroto. Mi no man opo a doro moro.

Ik ben de sleutel kwijt. Ik krijg de deur niet meer open.

Mi o rostu pikinso.

Ik ga even rusten.

Op straat

A faya tide!

Wat is het warm vandaag!

Alen e fadon.

Het regent.

Letterlijk: 'De regen valt.'

Bij problemen

Mi no firi switi tide.

Ik voel me niet zo lekker vandaag.

Sensi esde mi abi ber'ati.

Ik heb sinds gisteren buikpijn.

Mi baka e hati mi!

Mijn rug doet pijn!

A griep naki mi. Heri dei mi e kosokoso.

Ik heb griep. Ik hoest de hele dag.

I no mu draidrai. Go es'esi na datra.

Wacht niet langer. Ga snel naar de dokter.

A banti boro.

Ik heb een lekke band.

Letterlijk: 'De band is doorboord.'

Hori a fufuruman gi mi!

Pak de dief!

A tori disi yu musu tya go na skowtu.

Hiermee moet je naar de politie.

Na mi fowtu.

Het is mijn schuld.

Sranan Tongo voor jouw reis naar Suriname

In Suriname is Nederlands de officiële taal. Toch hoor je op straat, op de markt en onder vrienden ook veel Sranan Tongo. Het is de taal die veel Surinamers met elkaar delen, wat hun achtergrond ook is.

Je hoeft de taal niet vloeiend te spreken. Met een paar woorden laat je zien dat je interesse hebt in het land en de mensen. Een groet, een bedankje of een vraag op de markt maakt vaak al verschil.

Tijdens het Suri Impact Breekjaar woon je vier weken in Paramaribo. Je doet vrijwilligerswerk, gaat op excursie en ontmoet veel nieuwe mensen. Dan komen deze woorden en zinnen goed van pas. Ben je ouder of verzorger? Lees dan ook de informatie voor ouders.

Ga je binnenkort naar Suriname? Lees dan ook wat je kunt verwachten van vrijwilligerswerk in Suriname, hoe het zit met veiligheid in Suriname en welke documenten en reisbenodigdheden je nodig hebt. Ga je stage lopen? Bekijk dan stage lopen in Suriname.

SURI IMPACT

Sranan Tongo leren is pas het begin

Tijdens Suri Impact woon je vier weken in Suriname, ontdek je het land, doe je nieuwe ervaringen op en werk je aan je persoonlijke ontwikkeling.